Job de Wit

«
»

Aan het werk, flashback

Scream Team

09.19.08 | Reageren?

muur

Mijn interview met Bobby Gillespie van Primal Scream staat in de VPRO Gids van komende week (met gouden kalfjes op de voorkant), een artikel dat ik eigenlijk vooral wilde schrijven omdat ik Evil Heat zes jaar terug zo’n goede plaat vond. Screamadelica (1991), Vanishing Point (1997) en Xtrmntr (1999) zijn natuurlijk ook niet verkeerd, en elk weer totaal anders. Primal Scream was de ultieme kameleonband, met een set muzikale invloeden om door een ringetje te halen. De laatste jaren komt er weinig spannends meer uit voort, al is die nieuwe cd ook weer niet echt slecht. Wel een beetje tam. Dat was Evil Heat niet. Mijn recensie uit OOR 16 van 2002:

PRIMAL SCREAM
EVIL HEAT (COLUMBIA/SONY MUSIC)

Deze plaat gaat over dood, verderf, drugs en femmes fatales. Een psychedelische roes als katerige nachtmerrie. Tekst en muziek presenteren zich als een horrorfilm, met elektrische gitaren als cirkelzagen en Scream-frontman Bobby Gillespie als dolende in de goot, op zoek naar bevrijding. Weg van hier, maar ondertussen wel genieten van de chaos en de rampspoed om hem heen. En als je denkt dat hij en zijn band er zijn, wanneer de zanger uitgeput zijn mond houdt in de schone kraut-groove van “A Scanner Darkly”, volgt nog één laatste ademtocht. Toetsenist Martin Duffy pakt de microfoon op in “Space Blues #2”, een eenzame gospel richting armageddon. De Heer heeft tegen die tijd heel wat zonden te vergeven. Het onwezenlijke “Deep Heat of Morning Sun” opent Primal Screams zevende en meest intense album in een broeierige sfeer en zet de toon met verdorven beeldspraak en een sinistere ondertoon. De al dan niet zelfgekozen dood hangt zelfs over het expliciet dromerige “Autobahn 66”, waarin heel mooi de invloed van Kraftwerk is verwerkt (producer Andrew Weatherall terug op het nest). De electro-boogie Detroit, gezongen door Gillespie’s ex-bandgenoot Jim Reid van The Jesus And Mary Chain, is een opgevoerde dodenmars voor in de kiem gesmoorde verwachtingen. Bury you alive, klinkt het in “The Lord is My Shotgun”, met Robert Plant op mondharmonica. De nachtmerrie is compleet in “Skull X”, waarin een Velvets-riff in de mix van ‘zesde bandlid’ Kevin Shields wordt gecomplementeerd door jankende gitaren en Gillespie die zich in het refrein beperkt tot het noodzakelijke: Ooh baby, do it again. Hedonisme is een ander thema, van de twee-en-een-halve minuut durende stroboscoop-aanval “Miss Lucifer” (‘shake it baby!’) tot de verlustiging waarmee Gillespie in “City” zingt dat deze gonna be the death of me. Met fotomodel Kate Moss verzorgt hij een discoversie van “Some Velvet Morning”. Eén song steekt af tegen het decor: de Motown-punk van “Rise” is niets niets minder dan oproep tot de revolutie tegen het globalisme. Krijgt het onheil toch nog een gezicht. Wat een gruwelijk goede plaat. JOB DE WIT

Het verhaal van de band mag er ook zijn, en is uitgebreid opgeschreven door de Engelse dj/journalist Kris Needs. Mijn boekrecensie uit OOR 4 van 2004:

THE SCREAM: THE MUSIC, MYTHS & MISBEHAVIOUR OF PRIMAL SCREAM
KRIS NEEDS (PLEXUS/NILSSON & LAMM)

Schrijver Kris Needs lijkt een beetje op het personage uit LCD Soundsystems “Losing My Edge”. Die single uit 2002 verhaalt over iemand die bij alle muzikale ontwikkelingen er als eerste bij was. Needs, zo laat hij af en toe merken in zijn boek dat ook Mijn Leven Met Primal Scream had kunnen heten, kan er ook wat van. Can, Keith Richards en The Clash maar ook disco, hiphop en acid-house – hij was er bij, als dj, journalist, label-manager en muzikant. Na een interview met zanger Bobby Gillespie ter gelegenheid van Primal Scream baanbrekende derde album Screamadelica (1991) wordt hij ingelijfd als tour-dj en drinkmakker. Niemand anders had dit boek kunnen schrijven, al moet je voor een meer neutrale biografie duidelijk niet bij hem zijn. De mythes over Primal Screams excessieve drugsgebruik in de jaren negentig blijven in stand, Needs heeft geen behoefte om uit de school te klappen met spectaculaire ontboezemingen. Het verhaal van de Britse band wordt vertelt naar aanleiding van, vooral, plaatopnames, tournees en releases. Needs vind Primal Scream een fenomenale band en dat laat hij merken ook. Voor de niet-fan kan dat gaan irriteren, maar voor hen is dit boek waarschijnlijk toch al te veel informatie over een band die bovenal uitblinkt in het absorberen van steeds de juiste invloeden van sixties-psychedelica tot acid-house, Stax-soul, krautrock, dub-reggae en punkrock. Geen andere band verenigt al die elementen. Dat zo’n avontuurlijke jongensbende het bovendien al twintig jaar volhoudt terwijl er niet beknibbelt wordt op de rocknroll-als-levensstijl rechtvaardigt een eigen biografie. Dat er met het woord ‘refreshments’ geen frisdrank wordt bedoeld als Needs weer eens verslag doet van backstage-activiteiten, wordt de goede verstaander zo ook wel duidelijk. Er wordt veel geciteerd uit diverse interviews en recensies, iets meer eigen research had geen kwaad gekund. Needs’ hyperbolen worden ook een Scream-adept als ondergetekende wel eens te veel maar je krijgt wel zin om de discografie van de Primals snel uit de kast te trekken. Plus het werk van, pak hem beet, OV Wright, The Stooges en Sun Ra want het enthousiasme van zowel Needs als Gillespie werkt ook op papier erg aanstekelijk. JOB DE WIT

Het concert van de band, gepland voor a.s. woensdag in Paradiso, is trouwens afgelast. Vorig jaar kwam een live-dvd van de band uit, die toch al niet ontzettend veel goeds beloofde. Uit Revu 34 van vorig jaar:

Primal Scream
Riot City Blues Tour (Liberation/PIAS)
Het is een beetje sneu dat net dít live-concert Primal Screams eerste dvd is want hij komt na ‘t minst interessante album in het 23-jarig bestaan van de band. Op een merkwaardige manier pendelt het repertoire van de Britten tussen progressief/experimenteel en conservatief/basic rock ’n roll. Ze zitten hier duidelijk weer eens in die laatste fase. Het is mooi in beeld gebracht en de band speelt goed. Tragisch is alleen dat zanger Bobby Gillespie, die zo graag een Mick, Jim of Iggy zou zijn, zo ontzettend weinig uitstraling bezit. Op de plaat geen probleem, tijdens een anderhalf uur durend concert wel. De dvd bevat ook dertien (niet alle) videoclips van de Primals, duidelijk geen kunstvorm waar ze echt raad mee weten. Behalve dat er mooie vrouwen in moeten zitten, zoals Kate Moss. Helaas zong ze haar duet niet tijdens de concertregistratie. Job de Wit **

Tags: , , , , , , ,

Plaats uw reactie

Wees aardig. Hou het schoon. Stay on topic. En geen spam natuurlijk.


«
»