Job de Wit

«
»

flashback

Tijgers

03.27.09 | 1 Reactie

Straatremixes

Meer dan vijf jaar geleden zat ik in de garage van de familie Frederiks in Diemen, door zoon Frans en zijn buurjongen Bart omgebouwd tot rudimentair geluidsstudiootje. In de woonkamer, de familie was net klaar met het avondeten, stonden de pallets met nieuwe Straatremixes-cd’s. Ik was er voor een OOR-artikel, lekker gemaakt door de vaak hilarische D-Men-tracks die bijna wekelijks in 3VOOR12XL voorbij kwamen. Grote favoriet: “Je Bent Geen Tijger” (over een beat van Westside Connection).

XL-collega Kees de Koning had mij een e-mailadres van Lange Frans gegeven, de goed gebekte aanvoerder van het stel en zo was ik voor mijn verhaal in Diemen-Zuid terecht gekomen. Ik noem ze niet allemaal in het stuk, omdat het allemaal volstrekt onbekende artiesten waren, maar tegen het einde van m’n interview zat ik niet alleen met Lange Frans en Baas B in dat garagehok (meer was het echt niet), maar waren ook Brutus, Negativ, Yes-R, Soesi B, MBA en Brace binnengedruppeld. Geen moment dacht ik dat het bijna allemaal min of meer bekende Nederlanders zouden worden.

Vandaag maakten Lange Frans & Baas B, na drie albums en twee nummeréénhits, bekend dat ze uit elkaar gaan. Zowel artistiek als commercieel gezien stoppen ze niet op een hoogtepunt. Sterker nog, de twee waren al enige tijd tot een slechte grap gedegradeerd. Maar er was een moment dat D-Men de meest opwindende stroming in de Nederlandse popmuziek/hiphop vertegenwoordigde, hoe kort misschien ook.

Uit OOR 4 van 2004:

D-Men

De grofste en de grappigste hiphop komt uit het zo keurig ogende Diemen-Zuid. Vanuit een kleine garage lanceren Lange Frans, Baas B en de rest van de D-Men hun straatremixes. ‘Uitsluitend voor promotionele doeleinden’ want de twee ontwikkelen ook legitieme activiteiten, zoals hun debuutalbum Supervisie.

door Job de Wit

Binnenkort wordt een nieuwe studio in gebruik genomen in de Bijlmermeer, maar vooralsnog functioneert een hok achterin de garage van de familie Frederiks in Diemen-Zuid als hoofdkwartier van D-Men Entertainment. Het kantoor annex studio annex ontvangstruimte beslaat nauwelijks drie bij drie meter met als meest prominente faciliteiten een oud bankstel, een microfoon, een PC en een beeldscherm. Tegen het einde van het interview, waarbij ‘Lange’ Frans Frederiks met afstand het hoogste woord voert, staan, zitten en hurken er zo’n twaalf man in de kleine ruimte.

VANUIT DEZE KEURIGE, VOORSTEDELIJKE WOONWIJK krijgt de Nederlandstalige popmuziek de meest energieke nieuwe impulsen. Lange Frans, Baas B en de rest van de D-Men hebben de guerillamarketingtechnieken van 50 Cent overgenomen en in combinatie met hun raptalenten zijn ze daarmee de laatste sensatie in de hiphopscene. Net als 50 Cent, voordat hij doorbrak met “In da Club”, spelen de D-Men zich in de kijker met eigen raps over instrumentale versies van bekende hiphop- en r&b-hits. Een manier van aanpak die doet denken aan de wijze waarop de Osdorp Posse ooit de aandacht op zich wist te vestigen met vertalingen van expliciete gangsta-raps. Ook het breed uitgedragen, platte Groot-Amsterdams van rapper Lange Frans, zijn ondernemingslust en zijn charisma zijn kenmerken die hem nog wel eens de kwalificatie ‘nieuwe Def P’ kunnen opleveren. Daar houden de vergelijkingen overigens wel op. Al was het alleen maar vanwege het uiterlijk van dit collectief. Als de integratie in Nederland is mislukt, zoals sommige politieke partijen menen, dan niet hier in deze Diemense garage. De Hollanders, Marokkanen en Surinamers van D-Men vormen geen groep zoals de Wu-Tang Clan tussen alle soloprojecten door wel als eenheid opereert.  ‘Je kan nooit definiëren wie er in zitten en wie de baas is,’ legt Lange Frans uit. ‘D-Men Entertainment is wat hier is ontstaan met mijzelf, Baas B, mijn broertje Brutus en onze dj, die inmiddels accountant is.’

Baas B, oftewel rapper/zanger/producer Bart Zeilstra en de gebroeders Frederiks wonen al hun hele leven in dezelfde straat. Op de hoes van De Straatremixes Deel 2, waarvan de volledige oplage kort voor het interview in de woonkamer wordt geparkeerd, staan tien gezichten. Naast de drie buurjongens zien we o.a. DJ MBA, rappers Negativ en Yes-R en zangers Big Boy Caprice en Brace. Eén van de grappigste nummers op de cd is “Jij Ziet Er Niet Uit (Moe)”. Op de muziek van Alicia Keys’ “You Don’t Know My Name” wordt een, eh, minder aantrekkelijke dame op hilarische wijze te kijk gezet. Feministen zonder een uitzonderlijk sterk ontwikkeld gevoel voor humor kunnen maar beter uit de buurt van deze straatremixes blijven, zeker als Thijs Frederiks de microfoon neemt en zijn rapnaam Brutus weer eens dubbel en dwars waarmaakt. Enige zelfrelativering is de D-Men gelukkig niet vreemd (‘Ik ben gewoon een vieze hond’ aldus Lange Frans in “Kont 101”, een bewerking van G Units “Stunt 101”) en de humor is misschien niet subtiel maar wel vaak erg grappig. De straatremixes zijn vooral bedoeld ter promotie van de meer legitieme D-Men-uitingen. De eerste daarvan is Supervisie, het onlangs verschenen debuutalbum van Lange Frans & Baas B.

IN 1997 BEGINNEN FRANS, BART EN THIJS met freestylen op het basketbalveldje. Ze besluiten al hun spaargeld bij elkaar te ‘knallen’ om een mooie computer te kopen en wat andere apparaatjes om muziek mee te maken. ‘Daar is dit het resultaat van,’ zegt Frans terwijl hij naar het studiootje gebaart. ‘Wat je hier ziet is bijna precies hetzelfde als wat er in het begin stond. Het verschil is dat we toen geen flauw idee hadden wat we in huis hadden gehaald. Vijf jaar struggelen later weten we dat wel.’ Na een aantal talentjachten, een paar bijdragen aan verzamel-cd’tjes, de publieksprijs van de Grote Prijs van Nederland (2001) en twee nummers op het door het NPI uitgebrachte album Homegrown: Dope Dutch Hiphop Talent (2002) verscheen vorig jaar zomer De Straatremixes Vol. 1 met eigen raps over tracks van bekende artiesten, te beginnen Busta Rhymes’ “I Know What You Want”. Frans begint spontaan te zingen: moppie als je zit op de grond, open je mond en werrek je tong. De rest van de tekst is nog iets minder subtiel. Ook heel fijnzinnig is het nummer “Sletje” (gebaseerd op B2K’s “Girlfriend”): We waren klaar, geen gemaar, geen gezeur / Ik wilde slapen dus ik schop d’r uit de deur / Maar zij wou meer en bleef maar zitten aan mijn pik / Ze was m’n sletje dus ik deel d’r met m’n click. ‘Wat kan daar eigenlijk niet aan?’ vraagt Baas B als ik voorzichtig enig bezwaar maak. MBA: ‘Je hebt gewoon sletjes in de wereld!’ Baas B: ‘Ik heb het niet op mijn eigen ervaring gebaseerd, maar ik ken wel iemand die zulke dingen meemaakt.’

‘Barts stiekeme zangtalenten zijn op Straatremixes 1 naarboven gekomen,’ had Lange Frans eerder al verteld. ‘Iedereen wist dat hij kon zingen maar hij is een rapper dus hij wilde daar nooit mee naar buiten treden. Nu ontkomt hij er niet meer aan. Hij doet het te dope! Op een middag tijdens de vakantie in Griekenland heeft hij de hook van “Sletje” gepent.

‘Het leuke van de straatremixes is dat het snel gaat. De beat is er al en over het concept hoef je vaak ook niet erg lang na te denken. Supervisie is wat dat betreft het serieuzere werk. Straatremixes is gewoon seks, drugs en hiphop. Leuke dingen die je kan meezingen in de auto. Soms hebben mensen niet eens door dat het een straatremix is omdat de flows ook worden overgenomen. Pas bij het tweede couplet komen ze erachter: hé, verdomd, dit is Nederlands. Wij gieren en brullen van het lachen natuurlijk. Zelfs op de Bassline in een volle Paradiso draaien ze er nummers van. Op die manier proberen wij de mensen bekend te maken met onze flow, onze stem, onze manier van rappen, onze humor. D-Men is altijd humor geweest. Dat is wat onderscheidt van alle andere rappers, die zijn vaak zo serieus. Die gasten kunnen helemaal niet lachen, man. Noem mij drie rappers en ik heb nog nooit met ze gelachen.’

EVEN VOOR DE DUIDELIJKHEID: in de hiphop betekent het woord remix iets anders als in de dance. In die laatste sector wordt een track door een andere producer vaak helemaal verbouwd, maar in de hiphop geldt dezelfde muzikale backing met een extra rapper ook al als een remix. Instrumentale versies van rap- en r&b-hits zijn doorgaans te vinden op de b-kant van 12”-singles maar zelfs die moeite hoeven de D-Men niet te doen. ‘Gewoon KaZaA,’ is MBA’s antwoord op de vraag hoe ze aan hun muziek komen. Daarna begint de creativiteit. Westside Connection’s “Gangsta Nation” is een clichématig nummertje westkustrap, maar als D-Men er “Je Bent Geen Tijger” van maakt, wordt het een enerverende dispartij van heb ik jou daar. De eigen producties van Baas B, zoals te horen op Supervisie, laten horen dat ze het zelf ook best kunnen.

‘Bart en ik hebben een hele tijd gedacht dat een heel groot label de limo’s wel zouden laten voorrijden zodra wij met een demobandje naar buiten liepen,’ zegt Lange Frans. ‘Dat was niet zo. Toen gingen we het lekker zelf doen. Binnen enkele weken zijn we redelijk grote aantallen cd’s kwijtgeraakt. Ik heb er in één middag samen met MBA zestig weggezet.’ De twee gingen zelfs zo ver dat ze in de Amsterdamse cd-winkel Fame gingen posten bij de hiphop-afdeling om Straatremixes aan potentiële liefhebbers te slijten. ‘Dan heb je echt het gevoel dat je hebt getijgerd voor je geld. En je verkoopt ze geen poep of zo, het is een leuke cd om lekker mee te rocken.’ Menig rockbandje kan nog wat van leren van zulke praktijken.

‘Zo is het in de hiphop altijd gegaan. Helden als Too $hort en Master P zijn ook begonnen met cd’s te verkopen vanuit hun achterbak. Dat is toch cool?’

Diemen is natuurlijk geen Oakland of New York maar ‘de basis van een hiphopscene verschilt niet zo veel. Het hele urban-gebeuren, alles wat zwart of gekleurd of stedelijk of hiphop en r&b is, is nog nooit zo groot geweest als nu. Die Nederlandse bodem begint te groeien als een gek. Er komen clubs, er zijn overal crews.’

Van de platenindustrie hebben de mannen van D-Men geen verwachtingen. Baas B: ‘Er zijn maar een paar mensen die weten wat er gaande is.’ MBA: ‘Ze zien urban als een gimmick.’
‘Weet je wat het ook is? Het gaat veel te snel voor ze,’ oppert Lange Frans. ‘Niet dat wij altijd helemaal on point zijn maar het Hilversumtempo ligt veel lager dan het hiphoptempo. Maar ja, het maakt ons niet uit als Hilversum slaapt. FunX is marktaandeel aan het afsnoepen van alle radiostations, er gebeurt een hoop.’

Denk je dat je hier op den duur een carrière van kan maken?
‘Ik heb drie jaar gestudeerd maar ik ben gestopt omdat ik alleen nog maar rijms zat te schrijven. Ik zat in mijn derde jaar bedrijfskunde aan de VU en ik heb gewoon gezegd fok it, ik ga fokking hiphoppen. Dus een hobby is het niet meer. Je zag die dozen in de woonkamer staan.’

Waarna hij nog maar eens het D-Men-motto herhaalt: Wij Werken Harder.

Tags: , , , , , , , , , , , , ,

1 Comment

Plaats uw reactie

Wees aardig. Hou het schoon. Stay on topic. En geen spam natuurlijk.


«
»